20 nov

CBS: Eén op de zes jongeren zegt verslaafd te zijn aan sociaal media

“Ik ben verslaafd aan sociale media”. Dit zegt 17 procent van de jongeren in Nederland. Meisjes zeggen vaker dat ze verslaafd zijn dan jongens. Bovendien kunnen sociale media volgens jongeren een negatieve invloed hebben op hun concentratievermogen, nachtrust en schoolprestaties. Dit blijkt uit het onderzoek Belevingen van CBS.

Bron: CBS

15 nov

Eindkwalificaties propedeuse dt-flex

Achtergrond eindkwalificaties Leren en lesgeven met ict
Binnen de Pabo Nijmegen bestaat sinds jaren aandacht voor de plek die ict en technologie binnen het onderwijs kunnen innemen. Eigen vaardigheden en leren en lesgeven met ict spelen daarin een belangrijke rol. Sinds enkele jaren is leren en lesgeven met ict een speerpunt van de faculteit Educatie. In het kader daarvan zijn de eindkwalificaties van de leerlijn Leren en lesgeven met ict voor de lerarenopleidingen van de HAN ontwikkeld te samen met het iXperium/Centre of Expertise Leren met ict. Het iXperium/Centre of Expertise Leren met ict is een samenwerkingsverband van de lerarenopleidingen (dus ook Pabo Nijmegen) en het Kenniscentrum Kwaliteit van leren van de HAN met het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in de regio rond Arnhem en Nijmegen. De samenwerking richt zich op het realiseren van onderwijs dat beter recht doet aan verschillen tussen leerlingen met behulp van ict en op het opleiden van ict-geletterde jongeren. De focus ligt hierbij op het opleiden, professionaliseren en faciliteren van leraren (in opdleiding) in een duurzame verbinding tussen werkveld, opleiding en onderzoek.

De eindkwalificaties worden regelmatig getoetst aan de actualiteit en bekeken met het werkveld: niets zo veranderlijk als de rol en daarmee de mogelijkheden van ict in de dagelijkse praktijk.

Vertaling naar Pabo Nijmegen en DT-Flex
Pabo HAN leidt docenten voor het basisonderwijs op. Daarom heeft het leren van deze vaardigheden de meeste waarde als dat samen met de beroepspraktijk gebeurt en daar waar het betekenisvol is, dus in samenhang met andere leergebieden en de stagepratkijk – denk bijvoorbeeld aan het laten maken van een boektrailer bij jeugdliteratuur of de inzet van Google Earth bij omgevingsonderwijs of OJW.

Omdat iedere opleiding zijn eigen curriculum kent en de beginsituatie, de visie op goed onderwijs en interesses van iedere student verschilt, is er ook geen ‘gebaand pad’. Dus hoewel de eindkwalificaties aangeven waar iedere student aan moet voldoen, geven ze vooral richting en borgen het eindniveau bij afstuderen.

Eindkwalificaties in de propedeuse
In de propedeuse van DT-Flex wordt ook gewerkt aan deze eindkwalificaties. Dat gebeurt in de verschillende perspectieven. Hoewel het document hieronder aangeeft per eindkwalificatie wat er van je verwacht wordt, moet je ze zeker niet los van elkaar zien. Dat zou een hoop werk opleveren en geen recht doen aan de samenhang en de intentie van leren en lesgeven met ict. Zo kun je bijvoorbeeld gaan werken aan een boektrailer waarvoor je Videolicious inzet aan je eigen instrumentele vaardigheden, kun je bij het laten maken en delen van een boektrailer met je leerlingen mediavaardigheden erbij betrekken en werk je aan een ict-rijke leeromgeving waarbij je pedagogisch en didactisch kunt afstemmen (vergeet niet de theorie van taal erbij te betrekken). Publiceer je deze resultaten op je blog en geef je aan welke bronnen je erbij gebruikt hebt dan maak je ook een begin met informatievaardigheden.

In de Integrale toets (IT) aan het eind van de propedeuse laat je zien hoe je aan de vaardigheden op propedeuseniveau hebt gewerkt. Je geeft in je portfolio middels een document aan per eindkwalificatie hoe je dat gedaan hebt en geeft inzicht in de bewijslast (foto’s, video’s, feedback, links naar materiaal (weblog, lesvoorbereidingen etc.). Gebruik daarbij de kwalificaties op propedeuseniveau (niveau 1) zoals beschreven in dit document:

Eindkwalificaties propedeuse (niveau 1): word-document
Eindkwalificaties propedeuse (niveau 1): pdf-document

Hulp en bronnen
Bovenstaand stuk geeft al aan dat de eindkwalificaties op de verschillende niveau’s vastliggen, maar dat deze op verschillende manieren aangetoond kunnen worden. Je staat er echter niet alleen voor. In Perspectief 1 en 2 heb je al een begin gemaakt met het werken aan de verschillende eindkwalificaties (bijvoorbeeld het bijhouden van je ontwikkelen via social media, presenteren met Sway of Greenscreen o.i.d.). Ook in Perspectief 3 en 4 geven we voorbeelden en werken we aan deze eindtermen. Daarnaast zullen er op deze weblog regelmatig posts voorbij komen die betrekking hebben op deze eindtermen. Deze zullen voortaan gelabeld worden naar de eindtermen waarop ze betrekking hebben. Voor nieuws uit social media en uit onderzoek kun je ook de Leergroep onderwijs en ict op Facebook volgen, zo ben je altijd op de hoogte van de laatste innovaties en resultaten van praktijkgericht onderzoek: www. facebook.com/onderwijsenict.

Vragen?
Reageer op deze post (of iedere andere op mijn weblog) of loop langs in het iXperium. Mailen mag natuurlijk ook: petran.meertens@han.nl

Meer lezen:
Folder eindkwalificaties van de leerlijn Leren en lesgeven met ict
Eindkwalificaties propedeuse (niveau 1): pdf-document
Website iXperium
Facebookpagina onderwijs en ict

10 nov

Wanneer is een app educatief?

In de diverse app-stores worden duizenden en duizenden apps aangeboden als ‘educatief’. De vraag is of degenen die deze apps ontwikkelen voldoende kennis van zaken hebben om deze dit label mee te geven. In een publicatie in Psychological Science in the Public Interest worden een aantal voorwaarden beschreven waaraan een app moet voldoen om educatieve waarde te hebben:

  1. Apps moeten ‘mind-on’ en niet ‘mind-off’ zijn
    Hoewel directe feedback door velen wordt gezien als een van de (educatieve) meerwaarden van tablets, mobieltjes en andere apparaten met ‘touchtechnologie’ in het onderwijs, is deze feedback naar aanleiding van een ‘swipe’, ‘tap’ of ‘shake’ niet genoeg om apps het label educatief mee te geven. Volgens de onderzoekers is er pas sprake van leren wanneer kinderen actief moeten werken aan problemen en hun mogelijke oplossingen (minds-on).
  2. Apps moeten zorgen voor betrokkenheid en niet voor afleiding
    Veel apps bevatten allerlei toeters en bellen die afleiden van de leertaak. Denk aan in-app games, allerlei geluiden in digitale prentenboeken, plaatjes die bewegen etc. Kinderen zijn hierdoor snel afgeleid en het heeft een negatieve invloed op het leren en concentreren op de leertaak. Het is daarom belangrijk om je steeds af te vragen of de extra’s in een app leerlingen hinderen of helpen bij de leertaak.
  3. Apps moeten betekenisvol zijn
    Dat apps zoveel mogelijk moeten aansluiten bij de leef- en belevingswereld van de kinderen is bekend. Maar daarnaast moet ook duidelijk zijn wat er geleerd wordt in de app, waarom dit belangrijk voor hen is en hoe het gebruikt kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld maar aan het verdelen van een taart in stukken om te leren delen.
  4. Sociale interactie via een app stimuleert het leren
    Uit een onderzoek waarin kinderen via ‘live’ interactie, digitale interactie (bv. Skype) of via een video de betekenis van een nieuw woord werd geleerd, bleek dat zij het beste leerden middels sociale interactie. Om deze reden moedigen nieuwe apps kinderen aan om samen met vrienden of hun ouders te spelen. Maar ook het idee van een sociale interactie met bijvoorbeeld Elmo of Mickey Mouse heeft de potentie tot meer betrokkenheid en een positieve invloed op leren.

Betekent bovenstaande dat als we maar rekening houden met deze vier voorwaarden een app altijd een positief effect op het leren heeft? Natuurlijk niet! Dat blijft een zaak van afstemmen op, inpassen in de leerlijn, leerdoelen voor ogen houden, onderzoeken of het gewenste leereffect bereikt is etc. Maar het is zeker de moeite waard om te overdenken alvorens een app aan te schaffen en in te zetten.

Lees ook: kies story-apps zonder interactie voor kinderen